Onderzoek binnen het kader van de programma’s van het Europees Defensieagentschap (EDA)

eda
 
Het Europees Defensieagentschap werd in 2004 opgericht als katalysator van de inspanning om de Europese defensiecapaciteiten voor crisisbeheersing op te zetten. Om de samenhang en niet de fragmentering te verhogen werden er vier functies aan het Agentschap toegewezen: ontwikkeling van de capaciteiten van Defensie, samenwerking in wapensystemen, industrie & defensiemarkt en ten slotte Onderzoek & Technologie.

In die optiek heeft het Agentschap mechanismen opgezet om het onderzoek in samenwerkingsverband te stimuleren. Dit onderzoek is gericht op de toekomstige capaciteiten van de Europese legers. De industrie is de belangrijkste motor van dit onderzoek.

Door deze mechanismen staat het Europese onderzoek in samenwerkingsverband open voor de industrie, de academische wereld en de gouvernementele organisaties. Wat België betreft, ontbreekt er een geactualiseerde wettelijke basis om deze opening te verwezenlijken. Het KHID onderhandelt thans met de gewesten over deze actualisering.

Het EDA heeft twee procedés opgezet voor het gemeenschappelijk voeren van samenwerkingsprojecten: de projecten van het type "top-down", de zogenaamde projecten van categorie A (Cat A) en de projecten van het type "bottom-up", de projecten van categorie B (Cat B).

De projecten van categorie B worden gegenereerd binnen de groepen van experts (CapTech).
 
De projecten van Cat B, een rechtstreekse erfenis van de WEAG (Western European Armaments Group), worden beheerst door de volgende principes:
 
  • deze programma’s worden opgestart door een proces "bottom-up", met andere woorden de deelnemende landen stellen onderzoeksonderwerpen voor en vormen internationale consortia om ze in goede banen te leiden,
  • elk deelnemend land financiert zijn bijdrage,
  • de deelname aan deze projecten staat open voor gouvernementele laboratoria, de industrie en de academische wereld.
 
In België zijn de projecten van Cat B waaraan wordt deelgenomen ofwel projecten die zijn ingeschreven op het onderzoeksprogramma van Defensie, wanneer een pool van Defensie deelneemt (dus na selectie als gevolg van de oproep tot WTOD-projecten), ofwel worden ze door de industrie gefinancierd.
 
eda catb n
 
 
50% van de EDA-projecten waar België aan deelneemt, worden gevoerd door de polen van Defensie binnen het kader van het wetenschappelijk en technologisch onderzoeksprogramma van Defensie.
 
Wat de industrie betreft, steunt momenteel alleen het Waals Gewest zijn industrie door geïnteresseerde firma’s te financieren voor bepaalde projecten. Een gedeelte van die projecten worden uitgevoerd in samenwerking met Defensie en/of de universiteiten.
 
De projecten van categorie A, Joint Investment Programmes – JIP, worden gegenereerd op het niveau van de Directie R&T van het Agentschap op basis van de prioriteiten die worden vastgelegd door de lidstaten die elk project financieren.
 
Ze vormen een bron van externe financiering en worden door de volgende principes beheerst:
 
  • de projecten worden gelanceerd door een comité met oproep tot financiering aan alle lidstaten,
  • de normale duur bedraagt drie jaar, waarin de landen die deelnemen aan de JIP zich ertoe verbinden om hun aandeel te betalen in het budget ad hoc van het gelanceerde programma,
  • het minimale aandeel van een deelnemend land is gelijk aan het percentage van zijn deelname in het budget van het EDA (2,8% voor België),
  • een beheerscomité wordt opgezet per programma met een vertegenwoordiger van elk deelnemend land,
  • wanneer een onderzoeksonderwerp wordt geselecteerd, wordt enkel een oproep tot projecten gestuurd naar de entiteiten die vooraf door de deelnemende landen werden aangeduid. Een evaluatiesysteem wordt opgezet om de laureaten aan te wijzen,
  • alle landen die aan een programma deelnemen, ontvangen de globale resultaten. Het gaat hier dus om een hefboom voor het onderzoek, omdat de return van de investering substantieel hoger ligt dan de inbreng.
 
Het KHID bezorgt het EDA de lijst van de Belgische organisaties die de toelating hebben om aan de oproep deel te nemen. Thans hebben enkel de polen van Defensie de toelating om deel te nemen, omdat alleen Defensie aan de financiering van de JIP deelneemt.
Er werden onderhandelingen opgestart om de Gewesten te betrekken bij de Belgische medefinanciering van de JIP.
 
Thans lopen er twee JIP’s:
 
  • Force Protection (FP) met deelname van Defensie;
  • Innovative Concepts & Emerging Technology (ICET) zonder deelname van België.
 

 

Defensie financiert het project Force Protection (FP) voor een bedrag van 1.520 kEUR (ofwel 2,8% van 55 Mio EUR) gelijk verdeeld over de drie jaren 2007, 2008 en 2009. 19 landen van de EU op 26 nemen deel aan dit programma. Noorwegen, dat geen lid van EU is, wordt eveneens tot het programma toegelaten.

Er weren 4 calls gelanceerd. België was laureaat in 2 calls op 3 die werden toegekend en één project is gunstig geklasseerd in de laatste call:

  • Call 1: project EPIDARM (European Protective Individual Defence ARMour) Pool DYMASEC binnen een consortium waarvan de hoofdcontractant het Franse bedrijf OUVRY is,
  • Call 3: project SUM (Surveillance in Urban Environnement Using Mobile Sensors) Pool SIC is de hoofdcontractant,
  • Call 4: project ICAR Pool SIC is de hoofdcontractant.

De global return van investeringen voor Defensie op deze JIP bedraagt 81%.

 

 

Belgische deelname aan EDA-projecten Cat A (JIP)