Onderzoek binnen het kader van het STO-programma van de NAVO

sto
 
De "NATO Science and Technology Organisation" (STO) voert onderzoek in samenwerkingsverband uit tussen de 28 landen van de Alliantie en onderhoudt netwerken van experts.
 
In 2008 vierde ze haar tienjarig bestaan.
 
Het onderzoek van de NAVO is gericht op de toekomstige capaciteiten van de Alliantie. De meeste van haar activiteiten staan in nauw verband met de "NATO Long-Term Capability Requirements" (LTCRs) en de "Defence Against Terrorism (DAT) Priorities".
 
De onderzoeksprojecten worden opgestart in panels die gouvernementele experts samenbrengen. Het gaat dus om een proces met een staatskarakter.
 
De informatie over de projecten in voorbereiding wordt naar de polen geleid hetzij door de Belgische vertegenwoordigers in de panels van de STO hetzij door de leden van de Research and Technology Board (de directeur-generaal KHID en de directeur van het wetenschappelijk en technologische onderzoek van Defensie (WTOD)).
 
Elk land dat deelneemt aan een project financiert zijn bijdrage. Deelname aan een RTO-onderzoeksproject is bij Defensie dan ook onderworpen aan de opname van het project in het WTOD-programma als gevolg van de jaarlijkse oproep tot projecten.
 
Bepaalde STO-projecten bestaan niet in het voeren van een onderzoek maar in het bundelen van een expertise. Voor deze projecten draagt het KHID de verplaatsingsonkosten naar het buitenland voor deelname aan de werkgroepen.
 
projetsrto nBelgische deelname aan RTO-projecten
 
 
Zoals door de grafiek wordt aangetoond, is Defensie heel actief in de projecten van de STO. De sterkste bijdrage gebeurt binnen het panel "Human Factors & Medicine" (HFM). De universitaire instellingen en in het bijzonder het Instituut von Karman zijn actief in de werkzaamheden van het panel "All Vehicles Technologies" (AVT) van de STO. De Waalse industrie neemt deel aan enkele projecten in het domein bewapening.